Werknemers die in voorgaande jaren niet BVZ verzekerd waren en in 2018 weer voor de BVZ-ontheffing in aanmerking willen komen, dienen de ontheffingsaanvraag voor 31 maart 2018 bij de SVB in te dienen.

Er dient voor dergelijke werknemers jaarlijks binnen de eerste drie maanden van het jaar ontheffing van BVZ-premie, de zogenaamde VNV (verklaring van niet verzekerd zijn), bij SVB aangevraagd te worden. Het formulier voor deze aanvraag vindt u via deze link of als bijlage bij dit blog artikel.

De BVZ-premie nader bekeken

De BVZ-premie is eigenlijk een vreemde eend in de bijt en een zeer complexe premie geworden. Het is een premie die niet voor iedereen geldt, er is een premievrijstelling van toepassing, er is tevens een gliding-scale van toepassing en de premiegrondslag is tevens uniek.

De premie geldt in principe voor iedereen, op enkele uitzonderingen na. Uitzonderingen zijn bijvoorbeeld werknemers die bij aanvang van de BVZ-wetgeving niet SVB maar particulier verzekerd waren tegen ziektekosten. Daarnaast worden ook werkgevers uitgesloten die als ‘eigen risicodragers’ aangemerkt worden, zoals SVB, SEHOS en Refineria Isla. Ook kunnen sinds de BVZ-Reparatiewetgeving die per november 2014 is ingegaan, personen die niet zonder een vergunning tot tijdelijk verblijf of tot verblijf in Curaçao worden toegelaten, niet meer BVZ-verzekerd worden. Zij dienen dus een particuliere ziektekostenverzekering af te sluiten.

Voor inkomens tot ANG 12.000 per jaar geldt een vrijstelling en hoeft geen premie betaald te worden. Men is dan wel verzekerd, zonder premie te betalen. In de maandelijkse verloning is over lonen lager dan ANG 1.000 dus geen BVZ-premie verschuldigd, maar daarboven wel. Bij sterk schommelende lonen bijvoorbeeld in geval van uurloners, commissie en overwerk kan dit tot vreemde situaties leiden dat de ene maand wel en de andere maand geen premie berekend dient te worden. In dergelijke gevallen dient dus in december (of eerder bij uitdiensttreding) het jaarloon bepaald te worden en op deze grens getoetst te worden. Een herberekening van de premie is dus noodzakelijk. Dat kan dan leiden tot een inhouding van extra premie of een teruggaaf aan werknemer.

Op inkomens tussen ANG 12.000 en ANG 18.000 per jaar is een gliding-scale van toepassing. Deze houdt in dat de werknemer een korting geniet op het werknemersgedeelte in de premie. Het werkgeversdeel wijzigt overigens niet. Ook deze wetgeving kan tot vreemde situaties leiden omdat we er in de loop van het jaar rekening mee moeten houden maar we pas in december weten op welk jaarloon de werknemer daadwerkelijk uitkomt. Ook hier is dus een herberekening op jaarbasis noodzakelijk.  

Tenslotte is de grondslag waarover BVZ-premie berekend dient te worden, ook uniek. In tegenstelling tot de AOV/AWW en AVBZ-premiegrondslagen mag namelijk de loonbeschikking (vooraftrek van fiscale aftrekposten via de loonstrook), niet in mindering gebracht worden op de BVZ-premiegrondslag. Hierdoor is deze grondslag uniek en alleen van toepassing op de BVZ-premie. Werknemers gaan dus niet minder BVZ-premie betalen als een loonbeschikking wordt verwerkt in de salarisadministratie.

Al deze wetgeving is uiteraard verwerkt in Celery. In Celery kan de BVZ-premie uitgezet worden, en periodiek past Celery de vrijstelling en de gliding-scale toe. Echter in december of eerder bij uitdiensttreding als de einddatum tenminste is ingevoerd, berekent Celery het werkelijke jaarloon en wordt de BVZ-premie op jaarbasis herrekend zodat de Loonbelastingkaart altijd de correcte BVZ-premie bedragen weergeeft. Zo maakt Celery de juiste BVZ-wetgeving toepassen wel erg makkelijk!

Interessante bijlage bij dit artikel: